vrijdag 14 juni 2013

Raad: visiedocument Jeugdzorg

De visienota jeugdzorg is als een tanker in volle vaart: nauwelijks bij te sturen. 20 gemeenten, 20 colleges, een consultatieronde onder aanbieders en cliënten en nu (juni 2013) mogen ook  20 gemeenteraden er nog een plasje overheen doen.

Ik zal me beperken tot een aantal hoofdzaken.

  1. Dit is het halve verhaal. Dit visiedocument is het verhaal over de gespecialiseerde jeugdzorg. De zorg waar grofweg 10% van de kinderen mee in aanraking komt. De zorg waar de grootste financiële risico's voor de gemeenten liggen. Het is goed om dat goed te regelen in regionaal verband. Maar het is vooral ook een structuurdiscussie, een technische uitwerking: de verantwoordelijkheid overhevelen van provincie naar samenwerkende gemeenten.
  1. Maar – zoals gezegd – het is het halve verhaal. Daar waar het awbz/wmo-verhaal de nadruk legt op de nulde en eerste lijn, ligt hier sterk de nadruk op de tweede lijn. Het is als het ware gespiegeld.

Voorbeeld:

-        4 themagroepen, waarvan 3 er betrekking hebben op toegang en financiering van de gespecialiseerde jeugdzorg

-        thema 1: sprekend: “wat is nodig om CJG's zo in te richten dat zij de basis vormen voor toegang tot de gespecialiseerde jeugdzorg?”

-        de auteurs van de awbz/wmo-visie hadden vast opgeschreven: “hoe cjg's in te richten dat zij de eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van het sociaal netwerk zo goed mogelijk kunnen ondersteunen”… of iets van die strekking

  1. De structuurdiscussie is dominant, het is de technische uitwerking van de decentralisatie. De transformatie, waar ook op wordt gewezen, komt er bekaaid vanaf. Maar we brengen de jeugdzorg juist naar gemeenten omdat zij dichter bij burgers staan. Omdat zij nabijere zorg kunnen organiseren. Omdat zij met gezinnen samen zorg en ondersteuning op een andere manier vorm kunnen geven. Die transformatie is nodig, om een trendbreuk in de groei van het gebruik van jeugdzorg mogelijk te maken.

Vragen:

  1. Hoe positioneren we het CJG? Als mn de toegang naar de jeugdzorginstellingen? Veel ouders hebben nu al de vrees dat ze met een kleine vraag binnenkomen en met een hulpverleningstraject naar buiten komen. Hou de lokale cjg laagdrempelig, hou het vooral als een outreachend netwerk van professionals.
  1. Hoe krijgen we die stevige professionals die hun mannetje/vrouwtje staan in gezinnen waar meerdere problemen spelen. Die m/v moet stevig zijn (hoogopgeleid, generalist), omdat we niet 20 elkaar in de weglopende professionals in een gezin willen hebben. Hoe gaan we daar lokaal voor zorgen? Hoe gaan we dat doen?
  1. Wat gaan we dan in die basiszorg doen? Anders doen? Bv. De jeugdzorg krijgt steeds meer te maken met vechtscheidingen. Wat gaan we dan in StMichielsgestel anders doen om escalerende echtscheidingen niet verder te laten escaleren, zodat er geen zwaardere zorg en gezinsvoogdij nodig is? Hoe verander je gedrag van vechtende ex-partners? Hebben we daar invloed op? Of het sociaal netwerk om die twee ex-partners heen? Welke methodieken kunnen we inzetten? Als we meer lokaal moeten oplossen en minder naar de gespecialiseerde zorg willen doorverwijzen, zullen we moeten dealen met dit soort hardnekkige maatschappelijke issues. (idem: eetstoornissen jonge meiden, aanpak kindermishandeling etc.)
  1. En wat hebben gezinnen nodig die geen grote problemen kennen? Veel ouders regelmatig ook worstelen met “hoe voed ik mijn kind op?”. Hebben we dat aan dergelijke gezinnen gevraagd? Mijn beeld is dat er in het visietraject vooral met cliëntvertegenwoordigers uit de zware zorg is gesproken.
  1. Zoals gezegd is het visiedocument het halve verhaal. In het visiedocument wordt ook expliciet gesteld dat de kanteling, de cultuuromslag, de mentaliteitsverandering, de burgerkracht etc. een opdracht is voor gemeenten en ouders. Citaat: “vanuit de regionale samenwerking worden gemeenten in die beweging ondersteund.” Einde citaat. Kortom: daar moeten we zelf stevig beleid op ontwikkelen.
  1. College, mijn fractie wil dit visiedocument onderschrijven, maar wel onder de voorwaarde dat bij een verdere uitwerking van het regionale beleid ook die tweede component op tafel komt. Een stevig lokaal jeugdbeleid, niet alleen gericht op die 10% die gebruik maakt van de gespecialiseerde zorg, maar beleid gericht op ook die andere 90% van onze kinderen en jongeren.
  1. Dat beleid hebben we ten dele al. In het uitvoeringsplan CJG 2013-2014 voor StMG, Vught en Haaren staan veel behartenswaardige zaken. Kijk kritisch of we alles doen wat nodig is, waar de hiaten zitten (kennis lvg, ggz?), of we voldoende middelen hebben om de kwaliteit te leveren die we nodig vinden, hoe we vrijwilligers beter bij CJG en gezinnen kunnen betrekken, etc. …. Kunnen we het waarmaken? Maak dat beleid explicieter, maak dat beleid tot jeugdbeleid van van college én raad (nu is het van een stuurgroep). Graag een reactie van de wethouder hierop.

Tot slot nog een aantal opmerkingen en vragen bij deze visienotitie:

  1. De regio stelt voor om solidariteit op regionale schaal te organiseren vanwege de grote bedragen voor intramurale behandeling. Is er ook overwogen om die solidariteit op subregionale schaal te organiseren, vanwege samenhang met participatiewet en wmo (congruentie)? Op subregionale schaal weet je welke inspanning eenieder getroost. Zien wij wat er in andere subregio's gebeurt? En wat als een gemeente de kantjes ervan afloopt en de andere 19 gemeenten opdraaien voor onnodige opnames in de intramurale zorg? Is de solidariteit ook eindig? Zitten er correctiemechanismen in?
  1.  Hoe zit het trouwens met de congruentie van de subregio's? Schijndel en Rooi zitten in een andere subregio? Heusden valt bij jeugd onder Noordoost, terwijl ze juist naar Midden trekt?
  1. Ook hier weer mijn opmerkingen dat we flexibiliteit moeten organiseren in de bekostiging, om innovatiekansen op te houden: pgb dan wel trekkingsrechten, zzp'ers contracteren, evt. onderaannemerschap.